Kasteeltje Hattem

In Roermond staat het kleinste kasteeltje van Nederland, met de opvallende naam ‘Kasteeltje Hattem’ (www.kasteeltjehattem.com). Ook het omliggende stadspark draagt de naam ‘Park Hattem’. Onduidelijk is of deze naam iets te maken heeft met de familienaam Van Hattem of de stad Hattem, of dat het slechts een lokaal toponiem is.

Toch zijn er drie aanknopingspunten te bedenken:

1. Roermond behoorde in de middeleeuwen tot het hertogdom Gelre en was hoofdstad van het Overkwartier van Gelre, in de Munsterkerk is het graf van graaf Gerard III van Gelre (1185-1229) te vinden (http://nl.wikipedia.org/wiki/Gerard_III_van_Gelre). Diens zoon graaf Otto II van Gelre (1215-1271) verleende Roermond in 1231 stadsrechten en ook zijn zoon graaf Reinald I van Gelre (1255-1326) was nauw betrokken bij de streek rond Roermond: hij huwde de erfgename van de hertog van Limburg en werd hertog van Limburg, verwierf o.a. het graafschap Kessel en de heerlijkheid Montfort en vocht in de Slag bij Woeringen (1288) tevergeefs om de hegemonie van Limburg. Zijn kleinzoon hertog Reinald III van Gelre (1333-1371) had een bastaardzoon: Johan van Hattem – de waarschijnlijke stamvader van de Van Hattems – die in 1371 de heerschappij over de stad Hattem van zijn vader verkreeg. Mogelijk is dit een aanknopingspunt tussen Hattem en Roermond – als voorname steden in het hertogdom Gelre.

2. In het hertogdom Gelre was Roermond de grootste handelsstad en sinds 1441 een Hanzestad, net als de stad Hattem. Mogelijk dat het Hanzeverbond een aanknopingspunt is voor de naam van Kasteeltje Hattem.

3. Kasteeltje Hattem werd in het begin van de 19e eeuw bewoond door Hendrik Joseph baron Michels van Kessenich (1770-1825), die in de Franse tijd maire (burgemeester) van Roermond was. Op 2 oktober 1825 overleed hij op Kasteeltje Hattem. Opvallend is dat zijn kleindochter Jonkvrouw Julie Jeannette Marie Hubertine Michiels van Kessenich (geboren Roermond 28 november 1838) overleed te Hattem op 25 december 1922 (http://genwiki.nl/limburg/index.php?title=Michiels_van_Kessenich). Er is dus sprake van een bepaalde band tussen de voormalige bewoners van het Kasteeltje Hattem en de stad Hattem. Mogelijk vormt dit dus ook een aanknopingspunt voor de naamgeving.

In ieder geval genoeg interessane ingangen voor verder onderzoek! 

8 February 2010
By on 02:00
De eerste burgemeester van Nieuw Amsterdam (New York): Arendt van Hattem

Na het verlenen van stadsrechten aan Nieuw-Amsterdam op 2 februari 1653 werd het openbaar bestuur gevormd door het college van burgemeesteren, schepenen en een schout (Stuyvesant stelde hiervoor Van Tienhoven aan, die echter ook al schout-fiscaal van de hele kolonie was). De burgemeesteren hadden de wetgevende en uitvoerende macht, de schepenen de rechterlijke en de schout was openbaar aanklager en voorzitter van het Hof van Justitie.

Arendt van Hattem en Martin Kregeir waren de eerste burgemeesteren, en Paulus Leendertsen van der Grist, Maximilian van Gheel, Allard Anthony, Pieter Wolfertsen van Couwenhoven en Willem Beekman de eerste schepenen. De eerste bijeenkomst had plaats op 6 februari, waarbij Van Tienhoven en de stadsklerk Jacob Kip ook aanwezig waren. Deze bijeenkomst was, zo blijkt uit de notulen, slechts om het bestuur te organiseren; het college kwam voor het eerst regulier bijeen op 10 februari.

Het bestuur dat vanaf 24 februari elke veertien dagen zitting hield in het Stadt Huys – de oude stadsherberg – hield zich als tweedegraads Hof van Justite (die van de kolonie in het fort was het hooggerechtshof) bezig met geschillen tussen inwoners, en als dat gedaan was met wetgevende en uitvoerende zaken die aandacht nodig hadden. Het bestuur presenteerde zich als één college en hield zich in het begin hoofdzakelijk bezig met wetgevende macht en rechterlijke, omdat bij de uitvoerende macht altijd een conflict dreigde met de gouverneur.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Nieuw-Amsterdam_(Nieuw-Nederland)#Stad_Nieuw-Amsterdam_.281653-1664.29

7 February 2010
By on 23:12
Verzetshelden

Interessante geschiedenis over de rol van verzetsstrijders met de naam Van Hattem in een verzetsorganisatie in de Tweede Wereldoorlog:

Website Kamp Amersfoort:

http://www.kampamersfoort.nl/zhipl2.html#Inlichtingendienst

Inlichtingendienst (ID)
Half juli 1943, laatste halte voor twintig ID’ers.
De verzetsgroep "Inlichtingendienst" of ID werd kort na 28 augustus 1940 opgericht.
De naaste medewerker en opvolger van B.P.M. ten Bosch, één van de twee oprichters van de ID, was J.A.W. van Hattem. De leden van de ID verzamelden uit alle delen van het land inlichtingen en zonden deze informatie naar de Engelse geheime dienst.
Op 6 maart 1942 werd Van Hattem door de bezetter gearresteerd. Vervolgens werden nog meer leden van deze groep opgepakt. In het voorjaar van 1943 kregen alle leden van deze verzetsgroep de doodstraf. De veroordeelden werden na het proces half juli 1943, naar Kamp Amersfoort gebracht. Enkele dagen later, op 20 juli 1943, werden de twintig terdoodveroordeelden op de Leusderheide gefusilleerd.

http://www.kampamersfoort.nl/zfojnn.html

Op de Leusderheide staat midden tussen het struikgewas op een kleine heuvel in het gebied van de schietbanen een eenvoudig wit kruis met de letters R.I.P.. Dit is de afkorting van het Latijnse: "requiescat in pace" (= rust in vrede). Op deze plaats zijn op 20 juli 1943 twintig mensen van de Inlichtingendienst geëxecuteerd, waaronder een van de oprichters ervan, Ir. J.A.W. van Hattem. Deze was de naaste medewerker en opvolger van Mr. B.P.M. ten Bosch, een van de twee oprichters van de – kort na 28 augustus 1940 opgerichte – Inlichtingendienst (ID). Op 6 maart 1942 werd Van Hattem gearresteerd; na hem volgden nog meer leden van deze groep. Voorjaar 1943 werd tegen allen de doodstraf uitgesproken.
De namen van de gefusilleerden:

Blaauw, Robert, 26 jr, student, Leiden.
Mr. baron Van der Borch van Verwolde, Willem Hendrik Emile, 33 jr, Amsterdam.
Ten Bosch, Johan Jacob Diederik, 28 jr, Den Haag.
Braat, Bartholomeus Marinus Cristoph, 31 jr, Den Haag.
Brasser, Jacob, 28 jr, Westkapelle.
Brejaart, Franciscus Jacobus, 26 jr, Bergen op Zoom.
Ir. van Doornik, Werner Heinrich, 28 jr, Den Haag.
Van Hattem ("Van Haeften"), Johan A.W., 29 jr, Den Haag.
Ir. van Hattem, Willem, 25 jr, Delft.

Ir. Kamp, Kars Lucas, Doetinchem.
Kooijmans, Willem, 20 jr, Amsterdam.
Von Oven, Friedrich Alexander, Den Haag.
Pagter, Gerardus, 28 jr, Middelburg.
Pienbroek, Johannes Willem, 25 jr, Delft.
Ir. Stenger, Jan, 32 jr, Utrecht.
Strobos, Jacob, 23 jr, Amsterdam.
Sturm, Cornelis Willem, 33 jr, Middelburg.
Tuijl, Gerard Abraham, 35 jr, Den Haag.
Wegerif, Cornelis, 23 jr, Rotterdam.
Snijders, Adolf, 23 jr, Amsterdam.

Na de oorlog zijn zestien personen van deze groep op Rusthof en vier personen elders in Nederland herbegraven. Een broer van Van Hattem vroeg in 1953 aan de gemeente Amersfoort een eenvoudig houten kruis aan te brengen op de plaats waar het massagraf had gelegen *. Aan dit verzoek werd voldaan. Op zaterdag 24 april 1954 is dit kruis daar geplaatst. De eerste herdenking bij het kruis vond op 4 mei van dat jaar plaats. Nu is het stil geworden rond dit kruis.

Het gedenkkruis staat op militair oefenterrein en kan alleen bezocht worden na voorafgaande toestemming.


By on 23:05
Van Hattem in de Nederlandse Familienamendatabank

De naam Van Hattem in de Nederlandse Familienamendatabank, met verspreiding per gemeente:

http://www.meertens.knaw.nl/nfb/detail_naam.php?gba_lcnaam=van%20hattem&gba_naam=van%20Hattem&nfd_naam=Hattem,%20van&operator=eq&taal=

In 2007 droegen in Nederland 1483 personen de naam Van Hattem.

Ook zijn hier interessante verwijzingen naar documentatie te vinden:

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
• Arend van Hattem, Zwolle 1449; Ludeken van Hattem, idem [Maandrek. Zwolle 1449].
• [M Koopstra, 'Johan van Hattem en de band van de Duitse Orde met de IJssel-Vechtstreek', in: IJsselacademie 22 (1999), nr 3, p 74].
• [R.M. Even, Johan van Hattem, heer van Hattem 1371-1421', in: Heemkunde Hattem (2000), nr 83, p 57].
• Over de plaats (en burcht van) Hattem:
- [Frankewitz-2001, p 191].


By on 22:16
Over Johan van Hattem

http://books.google.nl/books?id=MDozolQrO2sC&lpg=PA39&dq=%22johan%20van%20hattem%22&lr=&pg=PA38#v=onepage&q=%22johan%20van%20hattem%22&f=true

27 November 2009
By on 04:23
Pontiaan van Hattem

In de 17e eeuw werd het gedachtegoed van Spinoza door de Hollandse autoriteiten in de ban gedaan. Een verre verwant van de tak ‘Schaar-Van Hattems’, de 17e eeuwse dominee Pontiaan van Hattem, kon er over mee praten toen hij in 1678 werd afgezet als dominee onder verdenking van ‘Spinozisme’:

“Spinoza’s werk werd ook inderdaad door de Staten van Holland verboden, eerst in 1674, en vervolgens nog eens in 1678; en van een aantal steden weten we dat die maatregelen inderdaad effect hebben gesorteerd. In Leiden en Utrecht bijvoorbeeld, waar de voetiaanse orthodoxie sterk was vertegenwoordigd, werd Spinoza’s werk uit de handel genomen. (19) Toch bleek een aantal calvinisten niet ongevoelig voor het spinozisme. Ik denk aan de Zeeuwse predikant Pontiaan van Hattem, de Zwolse dominee Frederik van Leenhoff, en eventueel ook aan de Amsterdamse koffermaker Willem Deurhoff. (20) Alle drie kregen ze het uiteraard aan de stok met de hervormde autoriteiten, maar alledrie moeten ze – in Zeeland, Zwolle en Amsterdam – ook vrij veel volgelingen hebben gehad. Van Hattem was in Zeeland een fenomeen. (21) De polemiek rond Van Leenhoffs beroemde boek Een Hemel op aarde uit 1703 was enorm. En de Amsterdamse secte der ‘deurhovianen’ moet tot ver in de achttiende eeuw bijeenkomsten hebben belegd, waarop de duistere geschriften van hun voorman ijverig werden bestudeerd. (22)”
http://www.republikanisme.nl/spino.html

Ook de bekende ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen (ontdekker Paaseiland) werd hiervan de dupe:

“Roggeveen en de godsdienst: de aanleiding voor de reis?
Jacob Roggeveen was niet alleen uitzonderlijk in zijn reislust. Ook op godsdienstig gebied had hij een afwijkende mening. Hij was een vriend en aanhanger van dominee Pontiaan van Hattem. Deze dominee werd ervan beschuldigd een vrijdenker te zijn in de geest van Spinoza en Descartes. Hij geloofde onder meer dat een christen niet onder de aardse wetten hoefde te leven, want men leefde onder de hemelse genade. Jacob Roggeveen heeft aan de verspreiding van deze ideeën bijgedragen door de geschriften van Pontiaan van Hattem onder de titel Den val van ’s werelts af-god uit te geven. Dit viel verkeerd bij de streng calvinistische Middelburgse kerkenraden. Op verzoek van een aantal predikanten en ouderlingen besliste het stadsbestuur in 1719 dat Jacob Roggeveen uit Middelburg verbannen zou worden. Hij mocht zijn broer Jan, die hier ook woonde, wel bezoeken, maar slechts voor een vastgestelde tijdsduur. Jacob verbleef daarna onder andere te Arnemuiden, waar zijn vriend Pieter Wiltschut burgemeester was.
Vaak is gesuggereerd dat deze verbanning de aanleiding was voor de ontdekkingsreis twee jaar later, maar dat is niet zeker.”
http://www.zeeuwsarchief.nl/activiteiten/expositie-roggeveen-catalogus.htm

Toevallig verscheen in 2004 in Trouw een artikel over het boek van Jonathan Israel in relatie tot Pontiaan van Hattem:

Trouw, 22 mei 2004

De mars der Libertijnen

Marinus de Baar

In de late 17de eeuw kreeg Nederland de bijnaam ‘libertorum Africa’, het Afrika oftewel het oerwoud der vrijdenkers. In het buitenland groeide de overtuiging dat deïstische en radicale denkbeelden hier even vrijelijk verhandeld werden als Alkmaarse kaas en Leids laken. De aarts-atheïst waar alle verderf en vuiligheid op teruggevoerd kon worden was natuurlijk Baruch de Spinoza.
Sinds Jonathan I. Israel’s ‘Radical Enlightenment’ in 2001 verscheen, zijn we uitgebreid geïnformeerd over het broeinest van radicale ideeën, dat de Republiek tegen 1700 was. Wielema’s ‘March of the Libertines’ is de Engelstalige bewerking van een proefschrift dat in 1999 verscheen, dus nog voor Israels boek. Wielema richt zich uitsluitend op Nederland, zoekt minder dan Israel naar verbindingen met het latere deïsme en materialisme, en is ook meer kerkhistorisch van aard.

Hij schrijft uitgebreid over dwalende dominees (Pontiaan van Hattem) en verworpen voorgangers (Jacobus Verschoor) die bij Israel niet of nauwelijks aan bod komen. Altijd is er wel, op de achtergrond, een verband met Spinoza. Wat bij Wielema ontbreekt, omdat hij de kennis daarvan vooronderstelt, is een heldere uiteenzetting van Spinoza’s leer.

Eén stelling (nr. 15) uit de ‘Ethica’ volstaat om te laten zien hoe ver Spinoza’s wegen en die van het gemiddelde kerkvolk uiteengingen: ,,Al wat is, is in God en niets is zonder God bestaanbaar noch denkbaar.” Kortom: alles is God en God is alles. Dissidente dominees begrepen hieruit dat de werkelijkheid even ongeschapen is als God zelf. Dat de werkelijkheid één is zodat het dogma van de goddelijke drieeenheid moet worden afwezen. En als God in alles is, zijn wij in God en daarmee goed.

Dat kon wel eens een beetje worden overdreven: er waren dolende geesten die dachten dat zij God zelf waren. Libertijnen konden ook putten uit Spinoza’s ‘Theologisch-Politiek Traktaat’ voor het afwijzen van wonderen, profetieën, de kerkorde en het leergezag, en de scheiding van theologie en filosofie.

De vrijdenkers verwierpen al die dingen weliswaar, en bedienden zich daarbij van spinozistische terminologie, maar zij legden hun opvattingen in religieuze kaders neer (de kaders van God, ziel en zaligheid, zullen we kortheidshalve maar zeggen).

Het waren meest gewezen dominees en afgewezen voorgangers die buitenkerks waren geraakt, maar daarom nog geen radicale atheïsten.

Wat ook opvalt is dat veel van die vrijgemaakte geesten, net als hun tegenstanders overigens, Zeeuwen waren. Tussen de meekrap en de koeien kon het nog wel eens broeien, daar op die zware klei. De eerdergenoemde Jacobus Verschoor kwam uit Vlissingen. Hij en zijn volgelingen werden ‘Hebreeën’ genoemd omdatzij rechtsreeks, buiten de gevestigde kerk om, de Bijbel wilden lezen in het Hebreeuws.

Pontiaan van Hattem kwam uit Bergen op Zoom maar vond in Zeeland zijn grootste verspreiding; het zogenaamde ‘hattemisme’. Van Hattem preekte dat er geen zonde meer was, sinds Christus ons daarvan had bevrijd.

Een andere dominee (uit Oudelande op Zuid-Beveland) wist wel waar Van Hattem die ‘zondeloosheid’ vandaan had gehaald. Het was gewoon verkapt spinozisme: alles is God en dus goed. Van Hattem beklaagde zich (misschien wel ten onrechte?) dat hij op straat werd nageroepen met:

‘daar gaat Jezus, daar gaat Jezus’.

Natuurlijk kwamen al deze vrijdenkers in aanvaring met de gevestigde kerk. Nogal wat bladzijden uit Wielema’s boek gaan over vergaderingen van consistorie, classis, en synode. Telkens moeten dwaalgeesten verschijnen, uitleg geven, stellingen herroepen. Afvalligen werd het Avondmaal ontzegd, ze werden afgezet als dominee, verbannen. En het kon erger: Adriaan Koerbagh en Hendrik Wyermars, beiden spinozistische auteurs, zaten lange tijd in het Rasphuis. Koerbagh is er gestorven en Wyermars is er op 65-jarige leeftijd nog voor tien jaar naar toegestuurd. De ‘Mars der Libertijnen’ was geen gemakkelijke. Vanaf 1660 nam Nederland een voorschot op de Verlichting. Maar dat had, net als kaas in Alkmaar en laken in Leiden, zijn prijs.

http://boekrecensies.trouw.nl/recensie?FDOC=90&SORT=date&BN_NUGI=Geschiedenis%20%3A%20Geschiedenis%20algemeen&REC=13339eff2c9e-9065507779

9 July 2007
By on 15:07
geselecteerd als gefixeerd bericht

Welkom op de website van Alexander van Hattem.
In de rechterkolom is mijn stamboom te lezen; verder enige wetenswaardigheden over de familienaam Van Hattem. Het wapenschild bovenaan de pagina is mijn familiewapen, met de drie Gelderse rozen – waarnaar de tak van de "roos" Van Hattems vernoemd is.

==========WWW.VAN-HATTEM.COM==========

15 November 2006
By on 03:36
Waar kwam de naam Van Hattem voor?

Gegevens van de volkstelling uit 1947:

25 July 2005
By on 23:21