In de 17e eeuw werd het gedachtegoed van Spinoza door de Hollandse autoriteiten in de ban gedaan. Een verre verwant van de tak ‘Schaar-Van Hattems’, de 17e eeuwse dominee Pontiaan van Hattem, kon er over mee praten toen hij in 1678 werd afgezet als dominee onder verdenking van ‘Spinozisme’:
“Spinoza’s werk werd ook inderdaad door de Staten van Holland verboden, eerst in 1674, en vervolgens nog eens in 1678; en van een aantal steden weten we dat die maatregelen inderdaad effect hebben gesorteerd. In Leiden en Utrecht bijvoorbeeld, waar de voetiaanse orthodoxie sterk was vertegenwoordigd, werd Spinoza’s werk uit de handel genomen. (19) Toch bleek een aantal calvinisten niet ongevoelig voor het spinozisme. Ik denk aan de Zeeuwse predikant Pontiaan van Hattem, de Zwolse dominee Frederik van Leenhoff, en eventueel ook aan de Amsterdamse koffermaker Willem Deurhoff. (20) Alle drie kregen ze het uiteraard aan de stok met de hervormde autoriteiten, maar alledrie moeten ze – in Zeeland, Zwolle en Amsterdam – ook vrij veel volgelingen hebben gehad. Van Hattem was in Zeeland een fenomeen. (21) De polemiek rond Van Leenhoffs beroemde boek Een Hemel op aarde uit 1703 was enorm. En de Amsterdamse secte der ‘deurhovianen’ moet tot ver in de achttiende eeuw bijeenkomsten hebben belegd, waarop de duistere geschriften van hun voorman ijverig werden bestudeerd. (22)”
http://www.republikanisme.nl/spino.html
Ook de bekende ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen (ontdekker Paaseiland) werd hiervan de dupe:
“Roggeveen en de godsdienst: de aanleiding voor de reis?
Jacob Roggeveen was niet alleen uitzonderlijk in zijn reislust. Ook op godsdienstig gebied had hij een afwijkende mening. Hij was een vriend en aanhanger van dominee Pontiaan van Hattem. Deze dominee werd ervan beschuldigd een vrijdenker te zijn in de geest van Spinoza en Descartes. Hij geloofde onder meer dat een christen niet onder de aardse wetten hoefde te leven, want men leefde onder de hemelse genade. Jacob Roggeveen heeft aan de verspreiding van deze ideeën bijgedragen door de geschriften van Pontiaan van Hattem onder de titel Den val van ’s werelts af-god uit te geven. Dit viel verkeerd bij de streng calvinistische Middelburgse kerkenraden. Op verzoek van een aantal predikanten en ouderlingen besliste het stadsbestuur in 1719 dat Jacob Roggeveen uit Middelburg verbannen zou worden. Hij mocht zijn broer Jan, die hier ook woonde, wel bezoeken, maar slechts voor een vastgestelde tijdsduur. Jacob verbleef daarna onder andere te Arnemuiden, waar zijn vriend Pieter Wiltschut burgemeester was.
Vaak is gesuggereerd dat deze verbanning de aanleiding was voor de ontdekkingsreis twee jaar later, maar dat is niet zeker.”
http://www.zeeuwsarchief.nl/activiteiten/expositie-roggeveen-catalogus.htm
Toevallig verscheen in 2004 in Trouw een artikel over het boek van Jonathan Israel in relatie tot Pontiaan van Hattem:
Trouw, 22 mei 2004
De mars der Libertijnen
Marinus de Baar
In de late 17de eeuw kreeg Nederland de bijnaam ‘libertorum Africa’, het Afrika oftewel het oerwoud der vrijdenkers. In het buitenland groeide de overtuiging dat deïstische en radicale denkbeelden hier even vrijelijk verhandeld werden als Alkmaarse kaas en Leids laken. De aarts-atheïst waar alle verderf en vuiligheid op teruggevoerd kon worden was natuurlijk Baruch de Spinoza.
Sinds Jonathan I. Israel’s ‘Radical Enlightenment’ in 2001 verscheen, zijn we uitgebreid geïnformeerd over het broeinest van radicale ideeën, dat de Republiek tegen 1700 was. Wielema’s ‘March of the Libertines’ is de Engelstalige bewerking van een proefschrift dat in 1999 verscheen, dus nog voor Israels boek. Wielema richt zich uitsluitend op Nederland, zoekt minder dan Israel naar verbindingen met het latere deïsme en materialisme, en is ook meer kerkhistorisch van aard.
Hij schrijft uitgebreid over dwalende dominees (Pontiaan van Hattem) en verworpen voorgangers (Jacobus Verschoor) die bij Israel niet of nauwelijks aan bod komen. Altijd is er wel, op de achtergrond, een verband met Spinoza. Wat bij Wielema ontbreekt, omdat hij de kennis daarvan vooronderstelt, is een heldere uiteenzetting van Spinoza’s leer.
Eén stelling (nr. 15) uit de ‘Ethica’ volstaat om te laten zien hoe ver Spinoza’s wegen en die van het gemiddelde kerkvolk uiteengingen: ,,Al wat is, is in God en niets is zonder God bestaanbaar noch denkbaar.” Kortom: alles is God en God is alles. Dissidente dominees begrepen hieruit dat de werkelijkheid even ongeschapen is als God zelf. Dat de werkelijkheid één is zodat het dogma van de goddelijke drieeenheid moet worden afwezen. En als God in alles is, zijn wij in God en daarmee goed.
Dat kon wel eens een beetje worden overdreven: er waren dolende geesten die dachten dat zij God zelf waren. Libertijnen konden ook putten uit Spinoza’s ‘Theologisch-Politiek Traktaat’ voor het afwijzen van wonderen, profetieën, de kerkorde en het leergezag, en de scheiding van theologie en filosofie.
De vrijdenkers verwierpen al die dingen weliswaar, en bedienden zich daarbij van spinozistische terminologie, maar zij legden hun opvattingen in religieuze kaders neer (de kaders van God, ziel en zaligheid, zullen we kortheidshalve maar zeggen).
Het waren meest gewezen dominees en afgewezen voorgangers die buitenkerks waren geraakt, maar daarom nog geen radicale atheïsten.
Wat ook opvalt is dat veel van die vrijgemaakte geesten, net als hun tegenstanders overigens, Zeeuwen waren. Tussen de meekrap en de koeien kon het nog wel eens broeien, daar op die zware klei. De eerdergenoemde Jacobus Verschoor kwam uit Vlissingen. Hij en zijn volgelingen werden ‘Hebreeën’ genoemd omdatzij rechtsreeks, buiten de gevestigde kerk om, de Bijbel wilden lezen in het Hebreeuws.
Pontiaan van Hattem kwam uit Bergen op Zoom maar vond in Zeeland zijn grootste verspreiding; het zogenaamde ‘hattemisme’. Van Hattem preekte dat er geen zonde meer was, sinds Christus ons daarvan had bevrijd.
Een andere dominee (uit Oudelande op Zuid-Beveland) wist wel waar Van Hattem die ‘zondeloosheid’ vandaan had gehaald. Het was gewoon verkapt spinozisme: alles is God en dus goed. Van Hattem beklaagde zich (misschien wel ten onrechte?) dat hij op straat werd nageroepen met:
‘daar gaat Jezus, daar gaat Jezus’.
Natuurlijk kwamen al deze vrijdenkers in aanvaring met de gevestigde kerk. Nogal wat bladzijden uit Wielema’s boek gaan over vergaderingen van consistorie, classis, en synode. Telkens moeten dwaalgeesten verschijnen, uitleg geven, stellingen herroepen. Afvalligen werd het Avondmaal ontzegd, ze werden afgezet als dominee, verbannen. En het kon erger: Adriaan Koerbagh en Hendrik Wyermars, beiden spinozistische auteurs, zaten lange tijd in het Rasphuis. Koerbagh is er gestorven en Wyermars is er op 65-jarige leeftijd nog voor tien jaar naar toegestuurd. De ‘Mars der Libertijnen’ was geen gemakkelijke. Vanaf 1660 nam Nederland een voorschot op de Verlichting. Maar dat had, net als kaas in Alkmaar en laken in Leiden, zijn prijs.
http://boekrecensies.trouw.nl/recensie?FDOC=90&SORT=date&BN_NUGI=Geschiedenis%20%3A%20Geschiedenis%20algemeen&REC=13339eff2c9e-9065507779